Ze lijken op elkaar en klinken ook nog eens bijna hetzelfde, maar ’te’ en ’ten’ zijn niet hetzelfde woord. Het verschil is klein maar zichtbaar — zeker in formelere teksten, zakelijke mails en aan-de-hand-van-documenten waar ze opduiken. Gelukkig zijn er maar een paar regels die je moet kennen.

Wat is ’te’?

‘Te’ is een voorzetsel of bijwoord met een brede toepassing. Je gebruikt het onder andere:

Wat is ’ten’?

‘Ten’ is een oude samentrekking van te den (te + den, de oude mannelijke/onzijdige vorm van ‘de’). Je gebruikt ’ten’ tegenwoordig vrijwel alleen in vaste uitdrukkingen die nog herkenbaar zijn aan de klassieke naamvallen. Denk aan:

De truc

‘Ten’ gebruik je bijna uitsluitend in vaste combinaties. Twijfel je of je ’te’ of ’ten’ moet schrijven? Probeer in je hoofd te den als de uitdrukking niet in het lijstje hierboven staat — dan klopt ’ten’ vrijwel nooit. Voorbeelden:

We gaan te Utrecht werken. — niet “ten Utrecht”; het is een plaatsaanduiding zonder vaste wending.
Dat is ten koste van de kwaliteit. — vaste uitdrukking met ’ten’.

‘Ten’ bij zelfstandige naamwoorden met onzijdige genitief

Er is nóg een categorie: ’ten’ gevolgd door een ouderwets onzijdig woord in de tweede naamval. Denk aan: ten huize van (= in het huis van), ten einde raad (= naar het einde raad), ten overvloede. Deze zinnen voelen deftig; ze zijn erfstukken uit vroeger Nederlands en nog steeds correct.

Valkuil: ’ter’

Dan is er ook nog ’ter’ — de vrouwelijke variant van ten (te + der). Je vindt het terug in uitdrukkingen als ter plaatse, ter discussie, ter sprake komen, ter inzage. Ook hier geldt: leer ze als vast uitdrukking, ga ze niet zelf construeren.

Tot slot

‘Te’ is de werkpaard-vorm die je overal kunt inzetten. ‘Ten’ reserveer je voor vaste uitdrukkingen — ten eerste, ten slotte, ten koste van, ten opzichte van. Als je twijfelt: kies ’te’, of pak de Taaladvies-site (of deze pagina) er even bij. Beter iets informeler geschreven dan onterecht deftig.